kunst poëzie podium en verhalen

MOZARDA

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat is het mooi om mensen te boeien of aan het lachen te maken 

 

VERTELLEN IS MIJN PASSIE

Gek doen heerlijk.

VERHALEN VERTELLEN OF  NAAR VERHALEN LUISTEREN

GEWONE DINGEN UIT HET LEVEN BIJZONDEREN DINGEN UIT HET LEVEN.

OP DEZE PAGINA GA IK ENKELE VERHALEN OF BELEVENISSEN NEERZETTEN

VERHALEN VAN MIJZELF OF VERHALEN DIE IK OPGEVANGEN HEB .

GEWOON ONTSPANNEND OF SPANNEND MAAK NIET UIT.

 

 

 

NAAR VERHALEN LUISTEREN EN VERTELLEN

 

 

 

 

Lees hieronder het verhaal, het geeft een glimlach op de lippen

ZALIG.

KOFFIE MET GEBAK

Twee Rotterdamse dames aan de koffie bij de HEMA

 

Twee dames zaten bij de Hema aan de koffie

“Meid, Marie, wat is Rotterdam veranderd. Je kent het bijna niet meer terug.”

Ze kwamen van de markt

“Nee, zelfs de markt is niet meer wat het geweest is. Nou heb ik niks tegen buitenlanders hoor maar het is toch net of je op vakantie bent.” Ze roerde allebei in stilzwijgen in hun kopje koffie

“Zelfs de koppies koffie zijn niet meer wat het geweest is, ja toch niet dan. Nou ben ik een keertje in Benidorm geweest met Kees, ja dat was vakantie, sprak Marie, “Nou ik kan me niet heugen dat ik weg ben geweest”, sprak Jo, de andere dame in het gesprek. “ die van mij wilde alleen maar werken. Als die op vakantie wilde, ging hij wel naar de Kruiskade, dat was buitenland genoeg.”

Ze grinnikten allebei. Ze werden opgeschrikt door een harde stem, “He, Wijffie zet effe je

Rolls Royce aan de kant.” Een grote kale vent stond naast hun tafeltje zijn armen bedekt met Delfsblauw in zijn handen een dienblad met een kom dampende erwtensoep. “He, schiet is op, sta hier wortel te schieten.”

Marie stond mopperend en moeizaam op om haar rollator van zijn plek te halen. Het karretje stond rustig te wachten op zijn bazin, volgeladen met plastiek zakjes. Boven op het karretje twee bossen gladiolen.

“Lekker naar de markt geweest? Is niet meer wat het was he?” De grote joviale man ontpopte zich tot een gezellige kletser. “Nee in jullie tijd zal het wel anders zijn geweest.”

De man zelf leek een havenarbeider zo achter in de 50. Hij schoof zijn tafel tegen die van hun aan

“Zo gezellig meissies.”

Jo, die nogal kapsones had, keek de man nijdig aan. Ze zei niets maar als blikken konden doden, was de man ter plekke neergevallen. De man liet zich neervallen in de stoel.

“Zo, hèhè, even een soepie.” Hij begon in zijn soep te blazen. De spetters van zijn uitgeblazen lucht zochten zich een weg naar de gebloemde jurk van Jo.

“Man kijkt uit!” riep ze. Jo deinsde naar achter.

 “Sorry, wijfie, lette even niet op.”

Dit kwam op meer dodelijke blikken te staan. De man slurpte duidelijk hoorbaar van zijn erwtensoep. Het gesprek wat zo genoeglijk begon  stokte tussen de dames. Ze konden alleen nog maar naar de man kijken, die verder ging met eten. “Jemig wat lekker zeg!” riep hij uit. Er gaat toch niets boven de rookworst van de Hema.” De man was duidelijk alleen op de wereld hij liet een ferme boer. Dit was voor Jo de druppel. “Mijnheer sprak ze met een zuinig geknepen mondje, zou u zo vrindelijk willen zijn een andere tafel te nemen?” Marie stootte Jo aan "laat toch, duidelijk onder de indruk van de grote man. “Nee, nou gaat tie lekker worden. Ik heb toch gevraagd of ik hier mocht zitten?” “Mijnheer, sprak Jo weer, “u hebt niets gevraagd, u is gewoon neergeploft. De brutaliteit. Ik zit hier gezellig met mijn vriendin en u verpest de ambiance.”

“Waar kommie vandaan wijfie? Van de Avenue Concordia? Kom je dan naar de Hema om een bakje kofje te doen?” Marie bleef aan Jo trekken en fluisterde: maak nou geen ophef.” De gasten van omliggende tafeltjes waren eens lekker gaan zitten om naar deze hevige conversatie te luisteren. Jo stond in haar volle lengte van 1.55 voor de man. De gladiolen in de aanslag haar arm omhoog, klaar om toe te slaan. Door deze houding waren haar steunkousen duidelijk zichtbaar en zag je nog net haar blote knokige knieën onder de vrolijke gebloemde jurk. “Maak je toch niet druk, denk om je hart”. Sprak de grote vent, terwijl hij nog steeds naar haar op keek. “Ik ga wel hoor, met je kapsones.” En met een blik naar Marie: ik zou haar niet als vriendin willen hebben ze stink nog naar vis ook. Ruik je het niet?” “Je stinkt een uur in de wind.” Sprak de man.

Marie niet bepaalt de slimste van het stel snoof met haar neus in de lucht: “Verrek ja, ik ruik vis.”

“Ja, beaam het even”, riep Jo. De man stond langzaam op. “Ga al.” Hij schoof de tafel terzijde en zette de stoel uiterst langzaam onder het tafeltje en draaide zich om. Op het achterste van de man plakte een bruin papier dit tot grote hilariteit van de omstanders.

“Getverdemme!” riep hij uit.

 “Klungel! Je bent op mijn speciaaltjes gaan zitten!” riep Jo uit.

“Oh! Vandaar die vis lucht.” Hij trok het papier van zijn broek en legde de hele handel op tafel, draaide zich om en liep met vetvlek en al op zijn achterste weg.

“Ja, Jo de vis wordt duur betaald”, kon Marie nog net met een stalen gezicht uitbrengen.

 

 

ERWTENSOEP

DE OUDE MAAS

22-02-2018

TWEEDE VERHAAL TONEEL WERKPLAATS OUDE ROTTEN

 

 

Hier zit ik nu rustig laat ik mijn blik dralen over mijn dingen mijn bezittingen mijn leven.

Ja, mijn leven ik blijf hangen met mijn dwalende ogen op de foto van mijn moeder een heel leven voorbij. Niet gaan mijmeren niet stilstaan gewoon doorgaan. Wat een luxe leven heb ik nu.

Schrijven aan mijn zoveelste boek mijn dagelijkse bezigheid.

Ik sta op en strek mijn stramme spieren. Koffie mijn enige verslaving nu.

Ik kijk op de schepen die voorbij varen. Net zo als het leven meandert de oude Maas voorbij.

En ik! Ik sta niet meer stil ik ga verder.

Naar buiten met de hond en mijn camera. Nu alleen genieten een vol leven.

 

 

Ik wil niet meer zijn wie ik was.

Ik wil geen luisterend oor meer zijn

Alleen wanneer ik zin heb.

 

KOFFIE EEN VERSLAVING IK KAN NIET ZONDER.

HIER HET BEGIN WAT OOIT EEN GRIEZELIG BOEK GAAT WORDEN.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het speelt zich allemaal af op de begraafplaats Crooswijk .

willen jullie meer van dit verhaal? nog even geduld hahahaha.

Lees hier onder verder.

ZE HADDEN BALLETSCHOENEN AAN.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat hebben deze ballet schoenen te maken met dit verhaal

Lees maar hier onder.

MOET TOCH NIET GEKKER WORDEN. LEES VERDER.

DE CHOREOGRAAF VAN HET EEUWIGE

Een humoristische Rotterdamse thriller

 

Maandagavond de medewerker van de begraafplaats Crooswijk maakt zijn laatste ronde. Het is stil alleen het geruis van de bomen. Het is koud en het begint te sneeuwen.

De man slaat zijn sjaal om zijn mond, getverdemme moppert hij lekkert dan die oostenwind.

Hij loopt onder het licht van de lantarenpalen snel door “verrekte koud, mompelt hij weer.’

De kaarsjes op verschillende graven knipogen naar hem.

Niks vreemd te zien denk hij, iedereen is natuurlijk allang naar huis met die kou.

Het is al donker aan het worden, ja half 5 al. Even snel het hek dichtgooien en dan naar moeder de vrouw. Dan gaat zijn mobieltje af, “ben je klaar? De vraag wordt gesteld door zijn baas.

“Ja alleen nog het strooiveld en het hek. Er staat nog een auto op de parkeerplaats zegt hij’

“Dat gaat je toch niet menen he! Mot ik weer die plaats af, dit in onvervalst Rotterdams.

Gebeurde vaak dat mensen nog even op het laatste nippertje de begraafplaats opkwamen. Daar ging zijn avond weer. Weer langs de kapel die er in het donker nu sinister uitzag. Donkere schaduwen van de grote familie graven maakte alles nog geheimzinniger. Er lag al een dun laagje sneeuw over de graven. Hij had de pest in dat hij weer de hele ronde moest doen. Hoop dat ik die chauffeur van de auto snel vind, fluisterde hij in zichzelf. De sneeuw kraakte onder zijn voeten, hij was geërgerd anders had hij de schoonheid wel gezien om hem heen.

Doodstil was het hij kon de sneeuw bijna horen vallen, in de vijver hoorde hij de eenden kwaken. Het was net of ze tegen elkaar snaterde, de winter is aangebroken.

Er vloog een kraai voorbij. Verder niets helemaal niets. Hij was ondertussen aangekomen bij de knekelput, waar hij die middag nog een geruimd graf had ingegooid daar stond zijn dienstfiets. Hij sprong erop dat gaat wat sneller, hoewel ook dat tegenviel in de gevallen sneeuw.

Balen, balen ik denk dat iemand gewoon pech heeft gehad met zijn auto en een lift heeft gekregen van een ander. Hij fietste nog even naar het oude stuk van de begraafplaats. Ja, hoor niet te geloven er zaten twee figuren op een bankje. “He, riep hij we zijn allang gesloten.’ Niet te geloven ze luisterde niet eens. Moeizaam kwam hij dichterbij, “zijn jullie doof of zo? Geen antwoord. De twee zwijgzame figuren bleven stoïcijns voor zich uitkijken. En nog een keer riep hij “hallo daar! Hij kwam voor het bankje tot stilstand. “Wat krijgen we nou, hij gaf een kreet van afgrijzen. Op de bank zat in verre staat van ontbinding een vrouw, tenminste dat dacht hij aan haar kleding te zien. Daarnaast duidelijk een man, een vers lijk, het bloed liep langs de opengesneden hals van de man.

Het was een tafereel van Dickens, met die sneeuw over hen heen. Het bloed kleurde de sneeuw rood. Ze hadden kleding aan uit een Anton Pieck schilderij. Het was bijna te mooi als een standbeeld bleef hij staan, en dronk het beeld als het ware op. Met kracht brande het in op zijn netvlies . Zo afgrijselijk maar toch ook heel mooi, een schilderij wat ieder moment tot leven kon komen.

Dit en de serene rust, het vallen van de sneeuw zonde om het te verstoren. Langzaam kwam hij tot zijn positieven, zouden zijn collega’s een geintje met hem uithalen?. Hij ging bijna met pensioen. Hebben ze lotus figuren gebruikt van de EHBO cursus waar hij een zodanig hekel aan had. Nou hij speelde het spel wel mee. Hij tikte de man aan. Prachtig gedaan! Maar ik trapt er niet in. De man keek hem met glazige ogen aan, Sodeju! Vloekte de oudere man, op het moment dat het figuur op de grond viel. Een spoor van rode strepen op de verse sneeuw achterlatend. Dit is echt vloekte de man. Hij kon de weeïge ijzerlucht van het bloed ruiken.

Hij pakte zijn telefoon en belde zijn baas, die natuurlijk niet opnam. Dan maar meteen 112 heb ik weer en hij voelde de kou optrekken in zijn benen. Het hek van de begraafplaats was nog niet gesloten, maar hij moest toch de politie opwachten. Die wisten echt niet waar deze crime scene was. Onder de indruk en wat beverig sprong hij zo goed als kwaad op de fiets. Hij wierp nog een laatste blik naar het bankje, waar de vrouw nog netjes rechtop zat en de man er naast lag.

Op dat moment zag hij dat ze beiden ballet schoenen aanhadden. Dat herkende hij meteen want zijn kleindochters zaten op ballet. Blote voeten met ballet schoenen. Moet toch niet gekker worden mommelde hij weer , en reed snel de hoofdlaan in.

De banden gleden elke keer uit op de sneeuw die de begraafplaats onder een witte deken had gelegd. Hij fietste naar de oude poort om de politie te bellen.

 

HOOFDSTUK  2.

 

Sara lowaska, zat op haar stoel voor het raam en keek de Paradijslaan uit, er viel sneeuw ondertussen.

Op de achtergrond de balletmuziek uit Giselle. Haar handen streelde de vacht van de rode kater die op haar schoot lag. De straat leek uitgestorven. Buiten was het net of er iemand met een grote poeder bus had gestrooid. Een dun laagje sneeuw bedekte de bomen, en de struiken.

Er branden geen licht in haar kamer alleen de rode gloed van de kachel die zachtjes stond te snorren. Ze hield ervan als zij de mensen kon bespieden en dat ze haar dan niet zagen.

Schuin kon ze de poort zien van de begraafplaats, waar haar zuster en haar broer lagen begraven.

Veel te vroeg gestorven, Sara Lowaska van herkomst een Poolse nu gepensioneerd of te wel aan de kant gezet.

Niemand had ze meer aan familie, nooit getrouwd dus geen kinderen.

Ze was net 60 geworden, ze had het gevierd samen met haar kater.

Ze had geld genoeg om van alles te doen, maar dat had ze niet nodig. Ze deed aan liefdadigheid door zieke mensen stervensbergeleiding te geven.

Nu zat ze heerlijk te genieten van de muziek, kom Noerejev we gaan maar eens wat eten en ze kwam moeizaam overend ondertussen haar been wrijvend. Er komt echt ander weer mijn been jeukt en steekt. Haar rechterbeen was korter dan de ander, door een ongeluk lang geleden.

Maar iets trok haar aandacht bij de poort en ze ging weer zitten, Er gaat wat gebeuren Noerejev sprak ze tegen haar kat.

 

De wat slome begraafplaats medewerker had ondertussen 112 gebeld, en stond de politie op te wachten. Hij had net zijn tweede sigaret opgestoken. Zijn telefoon ging af en hij zag het nummer van zijn baas. Wat is er aan de hand? Ik word net door de politie gebeld. “Ja, dat kan weleens kloppen; sprak Toon, ik zou toch maar komen. “Ik heb hier twee doden. “Ja, gek  hé,  sprak zijn baas er liggen er wel meer. Nou deze zijn wel erg vers meneer Flipse.

“Wat bedoel je? “Nou ik denk dat we met een gevalletje moord zitten.’ Ik zit net te eten. Dan bent u verder dan ik sta op de politie te wachten.

Ondertussen kwam met zwaailicht en sirene de hulptroepen aangereden. Nou dat is ook niet meer nodig mompelde hij dooier als dood krijg je ze niet meer nam een haaltje van zijn sigaret.

Wat zeg je schreeuwde zijn baas aan de andere kant van de lijn. Ik zou maar snel komen Flipse sprak Toon. U bent de verantwoordelijke. Dan kan ik snel naar huis dacht Toon bij zich zelf sterf van de kou. Ik kom eraan, en Toon hoorde alleen nog het gepiep van de telefoon, en de sirenes.

Toon stopte de telefoon in zijn zak, en liep op zijn dooie akkertje richting politie.

De voorste wagen draaide zijn portier raampje open, en riep op luide wat lachende toon “waar is de dooie? “Welke wil je hebben? “Nee, jongens serieus ben mij de pest geschrokken heb een hoop gezien maar dit slaat alles. De agenten stapte uit en keken naar de lucht, hoop dat het wel ophoud met sneeuwen sprak een van hen. Ziet het niet naar uit zei Toon. Met een slakkengang liepen ze achter Toon aan, die op zijn gemak lopend nog een shagje draaide.

Ze liepen over de krakende verse sneeuw, het was een vreemd schouwspel Toon geflankeerd door twee agenten. In de volledige stilte van de begraafplaats, op het gekuch van Toon na. Langzaam naderde ze de plaats delict, de agenten hielden Toon tegen toen deze wilde door stampen naar het bankje. Met zaklampen schenen ze over het bizarre tafereel, de lichtbundels gleden over het met sneeuw bedekte slachtoffer op de grond, de lichtbundels kropen omhoog naar het bijna idyllische tafereeltje op de bank. “Zo die is al een tijdje dood denk ik, sprak de agent tegen de ander.

Terwijl hij het licht langzaam over de gestalte liet gaan. Het gezicht was duidelijk van een vrouw geweest het lange haar zat in een vlecht over haar schouder. Een opgezwollen gezicht met zwarte lijkplekken keek hen aan. De starre ogen zonder glans, de bovenlip was al aardig weg waardoor de boventanden in een rare grijns hen toelachte. De lichtbundel gleed naar beneden en langzaam werd het gezicht in het donker gezet de benen werden belicht, een donkere schaduw viel achter de bank wat een macaber beeld opleverde. Je kon nog net de spitsen van ballet schoenen zien, de rest van de voeten staken in de verse sneeuw. Net in de licht kring van de zaklamp zag je het hoofd en de schouders van de vermoorde man. Hoofdschuddend lieten ze het even op zich inwerken “dit heb ik nog nooit meegemaakt.’ “Nee, ik ook niet, sprak de andere agent.’ “We gaan het hele circus maar oproepen, en hij drukte de knop van zijn portofoon in.

“Lekker dan, mompelde Toon, kan ik nog niet naar huis. Hij nam weer telefonische contact op met zijn baas. Het zou een lange nacht worden.

“Krijg het lazarus, ze hebben van die dansschoentjes aan riep een agent luid.’ Niet te geloven we hebben toch heel wat gezien maar dit slaat alles.

Langzaam veranderde de stille begraafplaats Crooswijk in een waar circus, heldere schijnwerpers beschenen de figuranten van het Halloween feest. Alles werd afgezet met rood wit lint wat al snel bedekt werd met sneeuw. De sneeuw viel rustig en gestaag neer op de petten van de politie wat hen een witte bontmuts gaf.

Mannen in witte pakken zette een tent boven de slachtoffers neer. Een witte wereld boven een witte wereld.

Het onderzoek was begonnen, een heldere lichte plek in een donkere stille wereld waar de doden sliepen. Toon nam de benen en liep naar de kantine ga maar een pot koffie zetten, in de krakende sneeuw liep hij op zijn gemak de begraafplaats over. ‘Hoop dat de baas snel komt, mompelde hij ondertussen belde hij zijn vrouw. ‘ga maar naar bed meid kan nog wel even duren voor ik thuis ben’.

Wat een toestand en hij schudde zijn grijze hoofd allemachtig wat een toestand.