ROTTERDAM MIJN GEBOORTE STAD

SKYLINE VAN ROTTERDAM

 

 

Ik zit en zie ondertussen de skyline van Rotterdam

Zoveel jaren later en even die herinnering

Was het alweer jaren geleden al weer zo lang

Muziek van Boudewijn de Groot Testament van mijn jeugd

Ik leef nu nog en dat doet mijn oude ziel deugd

Nooit gedacht het te halen maar toch

Die muziek in mijn oren na zolang nog

Gezworven heb ik daar in die stad

Zoeken naar liefde echt alleen dat

Ramses Shaffie Liesbeth List de pastorale

Ik was hopeloos alleen en liep maar te dwalen

En nu kijk ik op die skyline van Rotterdam

Als kind verdwaald altijd bang

Nu volwassen geen angst meer

Maar toch die skyline van Rotterdam

Het is nooit het zelfde meer.

SKYLINE VAN ROTTERDAM


als ik aan rotterdam denk.

 

Als ik aan Rotterdam denk dan gaan mijn gedachten over havens Bewegend water dansende meeuwen aankomst en vertrek

De geur van schepen malende golfslag

Bolders aan de kade littekens dragend van de talloze schepen Containerschepen zwoegend over de Maas

Ranke slanke zeilschepen rustig ze hebben geen haast

Hijskranen hun armen gestrekt naar boven

Beweging naar vermogen

Lossen laden een mens heeft nooit genoeg

Beweging staal ijzer hout een chorografie in cadans

Draaiende bruggen stijgend dalend op het geluid van snerpende bellen Hefbomen als soldaten in gelid fietsers auto’s motoren wie gaat als eerst Een stoet van rouwende naar die laatste plaats

Daar eenmaal aangekomen zwijgt Rotterdam

Daar tussen eeuwenoude bomen waar de zangvogel heerst

Serene stilte op de achtergrond aanwezig geruis

Eerbiedig buigende bomen dit is hun plaats

Ook dit is mijn Rotterdam alles in perfecte harmonie

Een vliegtuig klimt tussen de wolken omhoog

Als ik aan Rotterdam denk dan gaan mijn gedachten over balans Wereldstad rumoer geluiden maar ook kalmte en rust

Stromend water ruisende bomen één bonte kakafonie

Culturen kleuren kruiden de stad

Als ik aan Rotterdam denk gaan mijn gedachten hun eigen weg naar die havens en schepen die zachtjes deinen

Het zal nooit uit mijn gedachten verdwijnen.


NIEUWE BINNENWEG ROTTERDAM

 

Statig huis nieuwe Binnenweg Rotterdam Huis trap souterrain

Het is waar ik verborgen ben

Mijn plek verstopt voor iedereen

Ik bezie de wereld het leven om mij heen

Piepende tram op glimmende rails ik luister

Regendruppels als zacht gefluister

Haastende stappen naar werk naar huis naar leven

Snel weinig tijd aan hen gegeven

Schimmen schaduwen lopen aan mij voorbij

Flarden van stemmen passerende voeten soms zij aan zij

Ik bekijk ze als een voyeur hier in mijn souterrain

Hier waar ik eeuwig verborgen ben

Mensen ze zien mij niet tijd

Hier waar ik mijn jaren slijt

Statig huis Nieuwe Binnenweg met een verleden

Nog steeds staand houdend in het heden

Ik ben niet meer dan een herinnering

Een rimpeling

Hier in dat oude souterrain

Waar ik nog steeds verborgen ben

Ik heb ze gehoord met verdriet en vreugd

Ik heb de mensen gezien in hun jeugd

De tijd schrijdt majestueus voorbij

Hij stopt niet ook niet voor mij

Ik ben niet meer dan een herinnering

Een eeuwigdurende rimpeling

Hier in dit souterrain

Waar ik voor altijddurend verborgen ben

Statig huis Rotterdam nieuwe Binnenweg


GEDACHTEN VAN EEN ROTTERDAMMER

 

 

Ik probeer de geluiden de stemmen van het verleden te vangen

Wat kan je toch naar sommige dingen verlangen

De tram in het oude Rotterdam een harde bank waar je op zat

Het blazen van de stoomboot het geluid van de stad

De lucht van diesel en petroleum

Nu alleen in het hoofd als een eeuwig museum

Ik probeer het verleden te grijpen

Ik probeer de snelheid van nu te begrijpen

Computer en E-Reader Whats-App niet te vergeten

Allemaal voor mij met mijn 87 jaar hoogdravende kreten

Ik probeer de herinneringen in mijn hoofd te bewaren gekoesterde dromen Gelukkig krijg ik troost in het Kralingse bos met zijn nog oude bomen Zolang hun kruinen nog de hemel raken

Kan ik niet in verwarring en vergetelheid geraken

Als zand glijdt tijd tussen mijn vingers door

Tijd wat is tijd

Hier op deze plaats mijn Rotterdam waar ik mijn dagen slijt

Vroeger zittend op de bolders langs de kade

Waar je zat te kijken hoe ze de schepen laadde

Met je klompen naar school af en toe spijbelde

Hangend achter de tram waar de conducteur het verijdelde

Koekkruimels bij Jamin Afsnijdsels bij de slager

Nee, ik was als jongen geen klager

Koeientiet mocht ik graag eten met peper en zout

Als je dat nu tegen de kleinkinderen zegt kijken ze benauwd

Over de Hongerwinter maar niet te spreken

Dan had je geluk als je bloembollen kon eten

Ach, ik probeer de geluiden en stemmen van het verleden te vangen

Dan zeggen ze die ouwe blijft weer in het verleden hangen

Er over praten kan maar ze luisteren niet

Rotterdam is geen Rotterdam meer dat doet mij verdriet

Maar soms als ik langzaam langs de kade bij de euromast loop in de regen

En ik ruik de schepen en ruik het water dan zijn mijn herinneringen een zegen

Dan ben ik terug als kleine jongen

Ik haal diep adem en vul met een diepe teug mijn longen

Gelukkig heb ik die herinneringen kunnen vangen

Maar altijd blijft het zeuren dat knagende verlangen.

Stemmen geluiden geuren uit mijn jeugd

Die gaan nooit weg dat doet mij deugt

Je kunt de herinneringen bij een Rotterdammer niet weghalen

Luister er naar het zijn soms prachtige verhalen.


DE BOLDERS


OUDE STRATEN

 

Ik loop hier langs heel oude straten

Alles is hier stil grijs en verlaten.

Waar eens de melkboer, de lompenman en het draaiorgel speelde

Waar eens geen kind zich verveelde

In de gaten gehouden door bemoeiende buurvrouwen.

Als je kattenkwaad uithaalde moest je het berouwen

Groot ontzag voor meneer de wijkagent

Je was gewoon gelukkig ook al had je geen cent.

De huizen worden nu gesloopt en neergehaald

Er is geen mens die er nog wil wonen het is allang achterhaald

Zelfs de gastarbeiders van toen wonen nu in gerenoveerde huizen

En de oud bewoners moesten naar tehuizen.

De ziel is uit deze straten weg.

En als je iets van toen wil terugvinden heb je pech.

De echo's van toen nog in je oren.

Het verleden van de straat voorgoed verloren.

Waar zijn ze, de kinderen van toen waar zijn ze gebleven.

Kon ik maar even terug, heel even.

Ik hoor nu alleen mijn holle voetstappen een koude echo, rimpeling door het verleden.

Ik loop nu snel door de straten, terug naar het heden.

DRAAIORGEL IN DE STRAAT


ROTTERDAMS KETELBINKIE (OP ZIJN ROTTERDAMS)

Een kleine jongen nog maar met knokige knietjes en wild krullend haar.

Hij wilde naar zee weg van thuis avontuur hij zag geen gevaar.

Thuis was het de drukte van broertjes en zussen en vaak geen eten

Hij wilde dit armoedige leven snel vergeten

Veertien jaar was hij De tweede wereld oorlog net voorbij

Zijn moeder liet hij niet alleen

Een zuipende vader en nog negen kinderen om haar heen.

Hij wilde naar Hongkong Sjanghai of een of andere baai

De zee was altijd in zijn dromen

Hij moest en zou op een zeeschip komen

Hij monsterde aan als ketelbinkie en leerde vloeken en drinken

De enige angst die hij had was om te verdrinken

Water was om op te varen soms op de wildste zeeën

Heerlijk vond hij het als ze zo door de golven sneeën

De jaren gleden voorbij

Altijd als een vogel zo vrij

En zo als het gaat in ieder stadje

Wacht een ander lief schatje

Hij werkte zich op van ketelbink tot de kombuis

En daar tussen de potten en pannen voelde hij zich thuis

Maar de jaren eiste zijn tol de zeebonk werd oud

Het koken werd hem niet meer toevertrouwd.

Van de zee aan land gezet in het verpleeg tehuis

Daar sleet hij zijn laatste dagen geen zee om hem heen geen kombuis

In zijn gedachten alleen de zee de golven en de wind

Dement was hij stil en nors nooit meer vrolijk als een kind

Hij kon soms vloeken en tieren

Toonde hun zijn ruwe zeeman manieren

Alleen de zee gaf hem rust alleen de zee

En de zee nam hem met kalme golven mee

Geef mij aan de zee was zijn laatste wens

En het 123 in Godsnaam klonk.

Hij was nou eenmaal een zee mens.


STILLE MAN

 

Hij staat aan de oever wat te staren

Ziet de boten zachtjes aan zich voor bij varen

Hij zou wel mee willen ver op reis

Maar dat reizen kost een prijs

Zijn leven hard gewerkt in de haven hier bij de schepen

Nu met zijn AOW net nog genoeg om te eten

Hier staat hij met zijn lege handen in zijn zakken

En kijkt naar de grote ploegende duwbakken

Werken hoeft hij niet meer

Niet meer nodig in de maatschappij en dat doet zeer

Al kon hij maar weer eens een schip lossen

Zo een als vroeger met van die grote bananen trossen

Wat hebben ze gelachen met die grote banaan spinnen als ze met lossen begonnen

Waar de jonge jongens van angst snel op de kade sprongen

Hij denkt met weemoed terug aan die tijd het is voorbij

Hier staat hij nu alles gaat voorbij zo denk hij

En dat is het je leven hard gewerkt met je twaalfde al begonnen

Niet weten wat de toekomst brengen zou je was jong en onbezonnen

Hij wilde op reis wat had hij grootse plannen

Hij hoorde bij de haven arbeiders grote stoere mannen

Stakingen had hij meegemaakt ze moesten meer loon

Hij werd vakbondsman hij kwam op voor de arbeider heel gewoon

Mooie tijd was dat in de kantine met je beker koffie en je broodje bal Voorbij is het allemaal het komt niet terug plat ging de kantine met een grote knal

Hij draait zich om en stapt op zijn fiets

Gelukkig heeft hij zijn herinneringen en die kosten niets

Hij steekt zijn hand op naar andere grijze kerels die net als hij naar de schepen staren

Allemaal van die gasten die ook weg willen varen

Hij gaat naar huis daar staat zijn borrel klaar

Morgen weer bij de haven voor dat heerlijke niets doen alleen wat gestaar

DUW BAKKEN.


DE SNELWEG

Duizenden mensen onderweg draaiende wielen op het asfalt

Voorbij schietend landschap oneindige blik vooruit

Kilometers vreten zich in onrustige lijven

Duizenden mensen op weg waar naartoe

Als robots geprogrammeerd naar een eind bestemming

Snakken turen naar een stop

Doorgaan kilometers maken eindeloze flitsende strepen

Bijna in slaap modus door de cadans van de draaiende banden

Duizenden mensen op weg

Zaken doen pendelend een consumptie maatschappij van A naar B Handsfree- Head set – laptop- digitale agenda Verkopers- handelslieden- vakantiegangers – steigerbouwers

Vrachtwagens die snuffelen aan de kont van de voorste wagen

Geen afstand houden remlichten knipperlichten remlichten stop

Draaiende wielen voorbij schietend landschap

Bestemming bereikt spreekt de Tomtom

De stem van Annie of een stem in je hoofd

Afslag nemen wegrestaurant in zicht

Vergaderingen- PowerPoint presentatie weer iemand opgelicht

Duizenden mensen onderweg in een wegwerp maatschappij

Daar de M van de Mac niet te vergeten

Meeuwen langs de snelweg  ze vreten het weggeworpen eten

Duizenden mensen op de weg stilstaan is plaats vergaan

Afwerkplekken- pooiers- witwassen- hoeren- hoerenlopers

Duizenden mensen op de weg

Als je in de file komt heb je dikke pech

FILE OP SNELWEG.