Het boek de marathon van het leven daar is alles mee begonnen.

autobiografie van mijn moeder. (Cover aquarel Ria)

Dit is de ongecorrigeerde versie

DE SIAMEES

Er kwam onverwachts een kat bij ons in huis Ome Joop (alias de goocheldoos) kwam hem brengen!  hij zei tegen mijn moeder: kijk eens. Je krijgt van mij Een echte ras kat

Een Siamees "Wat moet ik daarmee, Nou eens hoe mooi hij is! Het beest werd uit de tas gehaald.

Er kwam werkelijk waar een prachtige kat uit de tas, met grote blauwe ogen keek hij ons aan. én schoot toen met veel gemiauw en geblaas onder de kast. Lekker beessie zij mijn broer”, Ja ;zij ome Joop hij moet even wennen, Onder tussen zat mijn moeder bedenkelijk te kijken Joop wat moet ik hier nou mee? Nou ik dacht je zult er wel blij mee zijn!

Weet je hoeveel geld hij waard is Nou zei mijn moeder dan had je me beter de centen kunnen geven. Dit gaat me geld kosten! Nee, ik heb beneden in de auto de spullen staan.

Hoe kom je er aan? Vroeg mijn moeder Ik heb moeten praten als Brugman om hem voor je te krijgen; wat denk je het beest heeft wel een stamboom, Ondertussen was broer bezig het beest onder de kast vandaan te lokken, wat alleen maar meer geblaas gaf, Dat is geen kat meer! Maar een tijger “riep mijn broer uit de kamer. Hij komt van kennissen, die hebben het zusje van de kat. Is er dan nog zo een? Zij mijn moeder! Ja, maar die is niet zo mooi als deze.

Ik kijk het wel aan maar als het niet gaat dan moet je hem terug nemen sprak mijn moeder.

Natuurlijk,zei oom Joop; die normaal, al niet te vertrouwen was, waar begin je aan ma?  Onder tussen sloop de kat naar de keuken, met zijn buik langs de grond, kom maar poesje! De kat maakte een grote sprong, En landen midden op het aanrecht! Waar net het gehakt voor de soep lag! Hij lande er midden in. Met het gehakt aan zijn poten vloog hij, naar de strijk plank waar net de overhemden gestreken waren, Van de strijk plank boven op de gas haard, die lekker stond te snorren. Met veel gekrijs en wederom geblaas vloog hij op de kast.

Dat beest kon springen. In nog geen paar seconden had het beest een ware ravage achter gelaten. En wij stonden met volle verbazing te kijken naar de kat, die op zijn gemak zijn poten zat te likken. Nu konden we hem pas goed zien, Hij had een zwarte kop met grote blauwe ogen, Zijn vacht was mooi beige hij had een zwarte staart, die als een lange slang naar beneden hing. Hij keek ons loenzig aan. Hij is nog scheel ook! 

Hoe heet dit beest? Vroeg mijn moeder; Hij heet Mees!  En zijn zus heet Sia! Dat is origineel maar niet heus.  oom Joop sprak ik vind het wel goed gevonden hoor.

Afijn, de kat bleef, Tot groot verdriet van ons, Want het was echt een rot beest, Maar ja, mijn moeder had hem van haar minnaar gekregen, Dus zijden we maar niets! Het beest wenden snel.

En nam gewoon het huis houden over, je moest altijd oppassen  waar hij was.

Hij zat soms met zijn loense ogen je te observeren,  bleef je dan aankijken, of dat hij je wilde hypnotiseren, Als dan zijn lange staart begon te zwaaien, kon je maar beter maken dat je heel langzaam uit zijn buurt kwam, Hij zat vaak met een hautaine blik, op je neer te kijken,

Vanaf de kast. Soms behaagde de Siamees! Om bij je op schoot te liggen, En dan moest je stil blijven zitten, als je opstond, klauwde zijn nagels in je boven benen, dus zat je heel stil, tot je benen begonnen te slapen .Hij kreeg iedere vrijdag van oom Joop verse kabeljauw, de lucht alleen al, mijn moeder stond dan savonds nog die vis te koken. En zijne! Majesteit zat te wachten tot het afgekoeld was! Ik denk dat ik daarom geen vis eet, de lucht alleen al.

Het boek Benjamin op ruimte reis. Een boekje bij rouwverwerking voor de kleuter.

Geïllustreerd door mijn dochter Sabrina Lobbezoo Atsma.

 

Benjamin op ruimte reis.

 

Benjamin had op een heel slimme manier de motor uit de wasmachine gehaald. Hij sjouwde hem op zijn kleine karretje, die hij zelf gemaakt had. Benjamin was zo handig alles wat hij zag maakte hij. Maar nu moest hij heel iets belangrijks maken. Dit zou heel moeilijk worden, hij ging een ruimtevaartuig maken. Maar eerst moest hij van alles bij elkaar scharrelen, en niemand mocht het weten. Het was zijn geheim. Het is best moeilijk om alles in het geheim te doen, gelukkig had pappa een klus bedrijf, en in de garage stonden allemaal apparaten die gemaakt moesten worden papa, s gereedschap kist ook, dus dat was mooi. Mamma had gezegd ik ga even een boodschapje doen kan ik je even alleen laten. Ja, hoor had Benjamin gezegd ik wel, ben al groot, Hij was al 6 jaar . Netjes binnen blijven hè! Riep mamma nog en niemand binnenlaten, alleen de buurvrouw deze hield altijd een oogje in het zeil. Zodra mamma de deur uit liep, was Benjamin al snel gaan sleutelen in de garage. Hij knipte alle draadjes door van die oude wasmachine, het moeilijke was om de wasmachine te draaien Wat een zwaar ding zeg, zuchten Benjamin en hij klom boven op de wasmachine en liet zich er achter zakken. Nou dat ging nog niet zo eenvoudig, hij ging zitten met zijn rug tegen de muur, en met zijn benen tegen de wasmachine, zo probeerde hij er beweging in te krijgen. Hij duwde en duwde, er kwam geen beweging in. Toen opeens schoot de wasmachine met een akelig gepiep opzij, het was net genoeg om de motor eruit te halen. Maar nu moest de motor nog naar voren, hij klom er weer achter vandaan. Hij pakte een groot touw en bond dat om de motor heen. En nu takelen, hij begon te trekken wat was dat zwaar. Met een rood hoofd van het trekken kreeg hij het toch voor elkaar. Zo de motor stond voor hem, nu in zijn karretje. Wat was hij hier moe van geworden hij blies heel hart de lucht uit zijn buik. Nu naar zijn geheime plek. Benjamin liep met zijn karretje de tuin in, en zo de heg door. Achter het huis was een groot park en daar had hij zijn geheime hut gemaakt. Hij sleepte de motor, naar de deur van de hut, die hij met takken had gemaakt, snel legde hij de motor in de hut, en deed vlug de takken ervoor. Hij hoorde zijn moeder al roepen Benjamin waar ben je, en zo snel als zijn benen hem konden dragen holde hij naar de heg. Niemand te zien, snel schoot hij de heg door, en vloog naar de garage. Daar ging hij zogenaamd met een spijker en een plank knutselen. Waar was je nou vroeg zijn moeder, nou gewoon hier. Heb je me niet horen roepen, en wat zie je er bezweet uit, ben je ziek. Nee, mamma ik heb getimmerd, waarop hij weer hart op de plank begon te slaan, nou we gaan zo eten ga je handen wassen, opgelucht haalde Benjamin diep adem.  Zo Benjamin wat ben je allemaal aan het maken, vroeg zijn mamma? oh ik ben een beetje aan het knutselen. We gaan morgen even samen naar de begraafplaats! Even een bloemetje bij oma brengen. Dit begreep Benjamin niet oma is toch een sterretje heb je mij verteld. Benjamins oma was pas overleden. Hij begreep er niets van. Ja, Benjamin oma is een sterretje alleen haar jasje is nog hier, waarom gaan we dan naar oma, s jasje. Hij begreep er niets van, nou dat we oma niet vergeten, daarom is er een plekje waar we iedere keer naar toe kunnen gaan, Kan je het jasje toch ook in de kast laten hangen, vroeg Benjamin. Nee, oma hield van bloemen, en die kan je niet in de kast zetten zei mamma lachend. Benjamin, dacht na, als ik dadelijk mijn ruimte schip klaar heb ga ik op zoek naar oma ik kan vast haar sterretje vinden. Waar denk je aan jongen vroeg mamma? Ik wil weer gaan knutselen, nou schiet maar op, maar vanavond dan een extra aardappel eten. Want opa eet ook mee .Ja, mam en Benjamin ging weer aan de slag. Nu wist hij het zeker hij ging een ruimte reis maken, op zoek naar zijn oma, hij moest en zou de ster van oma vinden. Daar ging Benjamin weer naar de garage hij moest nog veel knutselen, want hij wilde zo snel mogelijk zijn ruimte reis gaan maken. En Benjamin moest nog een hoop hebben. Daar stond een oude versleten stofzuiger, hij kon hem mooi gebruiken, en Benjamin sleepte hem naar zijn hut. Hij had ondertussen een motor, een stofzuiger en een lange slang. Hij moest natuurlijk ook een ruimte pak. Zijn regenpak natuurlijk die lag ook in de garage mooi! Die kon hij ook pakken. Ondertussen was Benjamin wel moe aan het worden van al dat heen en weer slepen . Maar het was belangrijk hij moest op reis. Zo riep Benjamin, dat is gaaf! En hij zag dat zijn pappa een hele grote glimmende pijp had neergezet. Die moest hij hebben, nog een keer slepen. Benjamin was even op zijn karretje gaan zitten, hij moet even uitrusten. En daarna weer snel verder gaan, hij zag ook nog een oude vissekom, dat is voor mijn hoofd, als ik in de ruimte ben. Benjamin had zijn regenpak aan getrokken en er met de fietspomp heel veel lucht in geblazen. Dat viel niet mee, hij had de motor met veel draden aan elkaar gebonden en de grote pijp op de motor gebonden. Een accu die Benjamin uit de garage had gehaald, moest de stroom geven. In de trommel van de wasmachine kon hij net zitten hij deed de klep dicht en begon te starten. Met veel lawaai en gebulder kwam het hele gevaarte in beweging. Ja, riep Benjamin uit! Het was hem gelukt. Hij pakte nog snel zijn poes minoes mee. De poes begon te mauwen en kreeg een heel dikke staart van de schrik. Het karretje waar hij in zat begon te schudden aan alle kanten, langzaam kwamen de wieltjes van de grond en plotseling werd hij met een grote knal de lucht ingeschoten dwars door het dak van zijn hut heen. Hij ging steeds sneller en sneller. Hij zag zijn mamma staan met haar handen in de lucht en ze werd steeds kleiner en kleiner. Zijn huis werd een spelde knop. Dag zwaaide Benjamin, ik kom snel weer terug, en het ruimte vaartuig vloog de blauwe lucht in. En hij zag alles kleiner worden hij kon nog net de mensen zien als kleine miertjes.

Dit heb ik geschreven met een gastschrijver mijn broer Hans Salij. Alle covers worden gemaakt door mijn dochter.

 

 

Pas de deux op het zwanenmeer des doods. .. Let wel dit is ongecorrigeerde versie

Dromerig zat ze daar, als je haar zag zitten was het net een kleine donkere schaduw, gracieus dat wel, donkere kleding maakte het plaatje compleet.

Een Kothic werd ze genoemd met een kleine zilveren piercing door haar wenkbrauw. Ann was een mooi meisje met lange zwarte haren.

Als het aan Ann zou liggen nam ze nog meer piercings, maar dat wilde haar oma en opa niet, er waren grenzen. Die oudjes waren zo hopeloos ouderwets.

Wat haar opa en oma niet wisten was dat ze ook al een piercing in haar navel had.

Een vriendin van haar school had een vader die in dat soort zaken zat. Binnenkort wilde ze een tong piercing. Dat zoende zo lekker had haar vriendin gezegd, Ann zag het al voor zich als ze dat aan haar opa en oma zou vertellen. Ze zouden ter plekke een hart aanval krijgen, dat wilde ze de oudjes niet aan doen.

Vandaag vierde ze haar verjaardag. Nou ja vieren was een te groot woord voor de schamele opkomst van één vriendje en haar opa en oma.

Maar ze mocht niet klagen ze hielden van haar zoals ze was.

Ze dacht aan Julian, vriend door dik en dun, de nurd, al van af de lagere school.

Hij was niet moeders mooiste, maar het was de trouwste vriend die ze had. Ze dacht eraan hoe hij zou zijn in bed, ze was nu 18 jaar en ze wilde wel meer als een beetje vriendschap.

Ze lachte in zichzelf want Julian was heel verlegen. Als ze aan Julian dacht werd ze warm van binnen. Ze kon echt alles aan hem vertellen, op de lagere school waren ze al twee handen op een buik.

Waar Julian was zag je Anne ook, met zijn tweeën waren ze sterk. Ja, altijd samen, en nu stonden ze voor een nieuwe start.

Julian begon aan zijn tweede jaar geneeskunde, en Ann begon bij het ballet, ze zouden elkaar minder gaan zien maar voorlopig hadden ze nog een tijdje samen.

Achter hun rug werd altijd gegiecheld en gefluisterd maar het deerde hun niet, altijd die opmerkingen van daar heb je de Siamese tweeling.

Ze hadden er allebei lak aan.

Vandaag werd ze 18 jaar, ze keek om haar heen ze zat op haar favoriete plek bij de grote vijver. Hier was haar thuis op het oude landgoed. Het was koud, Wind ruiste door de bomen en ze trok de sjaal strak om haar nek.

Ze had een onrustig gevoel, een gevoel wat ze niet kon verklaren. Ze keek naar de zwanen op de vijver zeven hadden ze er, een stel zwarten zwanen hoorde daar ook bij.

Een vrouwelijke zwarte zwaan leek op haar vond ze zelf. De vogel zat ook altijd naast haar als ze op de oude vermolmde bank zat, dan was het net een vriendin waar ze tegen sprak. Maar vandaag was de zwarte zwaan aan de andere kant van de vijver. Ze riep haar maar het was of de zwarte zwaan doof was, haar vleugels dreigend omhoog.

Anne snapte er niets van dit was iets wat ze nog nooit bij het beest had gezien.

Maar ze had geen tijd om er al te lang over na te denken ze stond op en slenterde op haar gemak naar het huis ze werd geroepen Julian kwam eraan.

Hij kwam al op haar aflopen ze zou hem overal herkennen met zijn rode haar de grote zwarte bril en zijn lange lijf. Nee, moeders mooiste was hij niet maar hij was wel lief.

‘He! Riep hij komt op we gaan feesten. Ann moest lachen waar is dat feestje dan? Opa slaapt en oma geeft pianoles, we gaan lekker naar ons huis riep hij uit. ‘Zou je me eerst niet feliciteren?’ En ze sloeg haar armen om hem heen. Ze kusten elkaar lichtjes, Ann duwde met haar tong tegen zijn lippen. Waarop hij gretig zijn mond open deed. Ze stonden plots voor het eerst hartstochtelijk te zoenen. ‘Wat doe je nou?’ Riep Julian verhit met een rode blos op zijn wangen. ‘Een echte zoen voor mijn verjaardag, ze draaide zich om hem in verwarring achterlatend. Julian staarde naar haar fragiele figuur, en de hormonen raasde door zijn lange lijf. ‘Kom op riep ze uitdagend we gaan naar jouw huis.’

Zijn huis ja dat was ook een verhaal apart, hij woonde met twee moeders. Een was zijn biologische moeder, dat was de kunstenares, zijn tweede moeder was psychologe.

 

Er was altijd wel wat te doen twee zussen, ongeveer een stuk of tien golden retrievers, het was de zoete inval.