je maakt nog wat mee in Rotterdam .

nieuw boek in de maak Frutsels en tierelantijnen


 

VOOR DE ROTTERDAMMERS VAN TOEN

Dat gevoel van vroeger wat zomaar in je hoofd kan komen,

Geuren die zo via je neus naar binnen lijken te stromen. God, je zou er haast een gedicht op maken, dat euforische gevoel van ‘weet je nog wel?’

De dingen die voorbij, zijn wat een sentimenteel gezwam, je kunt er soms zo moe van worden. Maar toch kunnen wij mensen niet zonder dat emotionele geklets. We genieten er van. Hoe sterker de verhalen hoe mooier. Dingen die al lang voorbij zijn als klein kind, op school, want jong ben je ooit geweest toch. Het verhaal van de ooievaar of dat je uit de bloemkool komt, dat verhaal hebben we gehad.

Nee, we zijn nu de 60 voorbij. We zijn nu blije senioren. Althans dat wil de maatschappij. Of je nou blij ben of niet daar gaat het nu niet om. Ik ben gewoon een blij ei van 65 jaar.

Soms komt er een verhaal voorbij in de krant of een tijdschrift dat je bij jezelf denkt, jeetje dat is lang geleden. Als je dan ook nog een bekend figuur uit jouw jeugd op de televisie ziet, dan schieten je veters uit je schoenen en roep je met veel afgrijzen: “ halleluja! Wat is die oud geworden!” Om dan gelijk weer steil achterover te slaan want je blijkt ook een jaartje ouder geworden te zijn.

Tjonge, jonge wat zijn wij toch blij, zolang je maar niet op de feiten gedrukt wordt, niet je lichaam voelt als je na een tijdje gezeten te hebben als een stijve hark je zelf omhoog moet takelen

Nee, we blijven een blij ei. Als je nu geen baan meer hebt, zal je er ook nooit krijgen je bent te oud geen arbeidsproces meer voor mij.

Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik dat heerlijk vind; ik kan gewoon mijn stukjes schrijven en dat ook nog in mijn eigen tijd. Maar waar ging het nu allemaal over? Kijk dat is ook weer zo iets dat je vergeet waar je het over gaat hebben. Herkenbaar zeker? Nu het zal over van alles gaan maar wel over Rotterdam. Daar waar ik net als jullie lezers geboren en getogen ben. Het gaat over de school in die tijd, over het leven daar in Rotterdam toen we jong waren.

Ik merk nu ik dit zo schrijf dat ik God betert op mijn oma lijk. Die zei ook altijd “weet je nog toen we jong waren?” Anekdotes uit een verleden maar ook van deze tijd, poëzie, korte verhalen, spannend soms, maar ook met humor. Verhalen die meestal onder het genot van een koppie koffie of een koppie  thee, zoals wij Rotterdammers zeggen, tevoorschijn komen. Gewoon de alledaagse kost over mensen in een grote stad. Gesprekken tussen alledaagse mensen, soms opgeblazen sensatie. Is het de waarheid of niet ik laat de lezer raden.

Een boekie, zoals wij op zijn Rotterdams zeggen, om naast je bed te hebben als de seks toch niet zo lukt want je bent al ver over de 60 natuurlijk of je bent alleen en wil nog niet slapen. Geloof mij nou maar, echt als je deze frutsels, krabbels tierelantijnen gaat lezen, gaat er weer een boekie voor je open over de gewone Rotterdammert.


De corrigerende broek.

SOLLICITEREN

 

Aangezien zij weer eens voor de honderdste keer ging solliciteren wilde zij er strak bijstaan, en kocht een corrigerende panty broek.

Daar stond ze in het pashokje van de Bijenkorf, want die verkocht kwaliteit. Dit had haar vriendin geroepen ‘kwaliteit meid. Maar ze had niet gezegd dat in het pashokje een zodanig grote spiegel hing, het zweet brak haar uit weinig flatteus.

Net nu ze haar legging uit trok kreeg ze weer een opvlieger met een hoofd als een boei en klotsende oksels.

Wat er toen gebeurde. ... Ze trachtte het ding over haar voet te krijgen.

Plotsklaps begon de broek zijn eigen leven te lijden. Hij schoot met een zodanige kracht van haar voet dat hij bijna door de geluidsbarrière heen vloog.

Daar stond ze, na enig zoeken had ze het ding net buiten het pashokje zien liggen op haar knieën trachtte ze het broekje onder het gordijn vandaan te vissen. Zoekt u dit? Een mannenhand verscheen onder het gordijn, hij had hét onding bij zijn voeten terug gevonden

Dank u wel! Ze trok zich omhoog aan het gordijn waarbij het gehele gordijn naar beneden donderde. Wat een drama met haar degelijke witte onderbroek haar hoofd als een biet schoot ze een ander hokje in wat een beschamende vertoning.

Daar zeeg zij neer op het krukje en wachtte tot de consternatie achter de gordijnen over was.

Poging twee dan toch maar, ze had het ding al bij haar knieën. En steunend hees ze hem met gesmoorde kreten omhoog. Eindelijk had ze hem over haar billen, maar de broek gaf zich niet gewonnen. Het droeg namelijk nog een label, en die zat ongeveer 80 keer gedraaid om het pijpje van de zo fel begeerde slankmaker. Nu nog het probleem haar buik. Weer gesteun en veel zweetdruppels die gestadig lang haar hoofd liepen. Ja! Doel bereikt. Ze keek in de spiegel. Wat een goddelijke figuur. Met een rood hoofd van het zwoegen had ze het voor elkaar. Een voldane diepe zucht. Maar toen schoot de corrigerende panty met een knal weer naar beneden. Weer richting knieën. Voor enige seconden had ze een slank figuur.

Nu ging ze maar snel een bakkie koffie nemen met een paar heerlijke donuts.

De moraal van het verhaal. Je bent zoals je bent! Niets meer niets minder, in haar geval ietsjes meer.

En ik kan het weten want ik was die sollicitant.


Twee Rotterdamse dames aan de koffie in de HEMA

 

Twee dames zaten in de Hema aan de koffie

“Meid, Marie, wat is Rotterdam veranderd. Je kent het bijna niet meer terug.”

Ze kwamen van de markt

“Nee, zelfs de markt is niet meer wat het geweest is. Nou heb ik niks tegen buitenlanders hoor maar het is toch net of je op vakantie bent.” Ze roerde allebei in stilzwijgen in hun kopje koffie

“Zelfs de koppies koffie zijn niet meer wat het geweest is, ja toch niet dan. Nou ben ik een keertje in Benidorm geweest met Kees, ja dat was vakantie, sprak Marie, “Nou ik kan me niet heugen dat ik weg ben geweest”, sprak Jo, de andere dame in het gesprek. “ die van mij wilde alleen maar werken. Als die op vakantie wilde, ging hij wel naar de Kruiskade, dat was buitenland genoeg.”

Ze grinnikten allebei. Ze werden opgeschrikt door een harde stem, “He, Wijffie zet effe je

Rolls Royce aan de kant.” Een grote kale vent stond naast hun tafeltje zijn armen bedekt met Delfsblauw in zijn handen een dienblad met een kom dampende erwtensoep. “He, schiet is op, sta hier wortel te schieten.”

Marie stond mopperend en moeizaam op om haar rollator van zijn plek te halen. Het karretje stond rustig te wachten op zijn bazin, volgeladen met plastiek zakjes. Boven op het karretje twee bossen gladiolen.

“Lekker naar de markt geweest? Is niet meer wat het was he?” De grote joviale man ontpopte zich tot een gezellige kletser. “Nee in jullie tijd zal het wel anders zijn geweest.”

De man zelf leek een havenarbeider zo achter in de 50. Hij schoof zijn tafel tegen die van hun aan

“Zo gezellig meissies.”

Jo, die nogal kapsones had, keek de man nijdig aan. Ze zei niks maar als blikken konden doden, was de man ter plekke neergevallen. De man liet zich neervallen in de stoel.

“Zo, hèhè, even een soepie.” Hij begon in zijn soep te blazen. De spetters van zijn uitgeblazen lucht zochten zich een weg naar de gebloemde jurk van Jo.

“Man kijkt uit!” riep ze. Jo deinsde naar achter.

 “Sorry, wijfie, lette even niet op.”

Dit kwam op meer dodelijke blikken te staan. De man slurpte duidelijk hoorbaar van zijn erwtensoep. Het gesprek wat zo genoeglijk begon tussen de dames was gestokt. Ze konden alleen nog maar naar de man kijken, die verder ging met eten. “Jemig wat lekker zeg!” riep hij uit. Er gaat toch niets boven de rookworst van de Hema.” De man was duidelijk alleen op de wereld hij liet een ferme boer. Dit was voor Jo de druppel. “Mijnheer sprak ze met een zuinig geknepen mondje, zou u zo vrindelijk willen zijn een andere tafel te nemen?” Marie stootte Jo aan, laat toch duidelijk onder de indruk van de grote man. “Nee, nou gaat tie lekker worden. Ik heb toch gevraagd of ik hier mocht zitten?” “Mijnheer, sprak Jo weer, “u hebt niets gevraagd, u is gewoon neergeploft. De brutaliteit. Ik zit hier gezellig met mijn vriendin en u verpest de ambiance.”

“Waar kommie vandaan wijfie? Van de Avenue Concordia? Kom je dan naar de Hema om een bakje kofje te doen?” Marie bleef aan Jo trekken en fluisterde: maak nou geen ophef.” De gasten van omliggende tafeltjes waren eens lekker gaan zitten om naar deze hevige conversatie te luisteren. Jo stond in haar volle lengte van 1.55 voor de man. De gladiolen in de aanslag haar arm omhoog, klaar om toe te slaan. Door deze houding waren haar steunkousen duidelijk zichtbaar en zag je nog net haar blote knokige knieën onder de vrolijke gebloemde jurk. “Maak je toch niet druk, denk om je hart”. Sprak de grote vent, terwijl hij nog steeds naar haar op keek. “Ik ga wel hoor, met je kapsones.” En met een blik naar Marie: ik zou haar niet als vriendin willen hebben ze stink nog naar vis ook. Ruik je het niet?” “Je stinkt een uur in de wind.” Sprak de man.

Marie niet bepaalt de slimste van het stel snoof met haar neus in de lucht: “Verrek ja, ik ruik vis.”

“Ja, beaam het even”, riep Jo. De man stond langzaam op. “Ga al.” Hij schoof de tafel terzijde en zette de stoel uiterst langzaam onder het tafeltje en draaide zich om. Op het achterste van de man plakte een bruin papier dit tot grote hilariteit van de omstanders.

“Getverdemme!” riep hij uit.

 “Klungel! Je bent op mijn speciaaltjes gaan zitten!” riep Jo uit.

“Oh! Vandaar die vis lucht.” Hij trok het papier van zijn broek en legde de hele handel op tafel, draaide zich om en liep met vetvlek en al op zijn achterste weg.

“Ja, Jo de vis wordt duur betaald”, kon Marie nog net met een stalen gezicht uitbrengen.